Protocol schorsing en verwijdering.
Het komt weleens voor dat een school overweegt om op grond van de geschiedenis van en met een leerling over te gaan op schorsing of verwijdering. Het bestuur is verantwoordelijk voor de procedure bij schorsing en verwijdering. SIKO hanteert hiervoor de volgende afspraken.
De Wet op het Primair Onderwijs spreekt over verwijdering. De wet stelt het volgende:
Artikel 40 Toelating en verwijdering van leerlingen
- De beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag. De toelating tot de school is niet afhankelijk van het houden van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.
- Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken groepsleraar. Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs bereid is de leerling toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige school of instelling waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de vorige volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
SIKO gaat uit van algemeen geldende rechtsregels waarbij naast verwijdering er ook de mogelijkheid is tot schorsing als minder vergaande maatregel. In de wet op het Voortgezet Onderwijs wordt wel gesproken over schorsing. SIKO hanteert die genoemde richtlijnen voor de scholen voor Primair Onderwijs.
Schorsing
Ernstige incidenten kunnen aanleiding zijn dat een school overweegt om over te gaan tot schorsing. Aanleidingen voor schorsing kunnen zijn:
- Bedreigingen door ouders/verzorgers van een leerling
- Herhaaldelijke les- en ordeverstoring
- Wangedrag tegenover medewerkers en/of leerlingen
- Diefstal, beroving, afpersing
- Bedreiging
- Geweldpleging
- Gebruik van alcohol of drugs tijdens schooltijd
- Handel in drugs of gestolen goederen
- Bezit van wapens of vuurwerk
- Seksuele intimidatie
Deze ernstige incidenten moeten door een school helder gedocumenteerd worden en gecommuniceerd zijn met ouders of vertegenwoordigers van een kind. Daarnaast moet een school aantonen dat het op gebied van preventieve maatregelen zich voldoende heeft ingespannen (duidelijke regels en afspraken, veiligheidsprotocol). School moet altijd overwegen of er naast schorsing overgegaan wordt tot doen van aangifte bij de politie. Voordat overgegaan wordt tot schorsing moet het voorval of het dossier van een leerling besproken worden met het bevoegd gezag van de stichting.
Wanneer overgegaan wordt tot schorsing gelden de volgende regels:
- Schorsing is mogelijk voor maximaal één week (vijf schooldagen).
- De schorsing moet schriftelijk aan de ouders van de betreffende leerling worden medegedeeld.
- Een geschorste leerling wordt ontheven van de plicht tot geregeld schoolbezoek.
- De geschorste leerling moet in de periode van schorsing binnen of buiten de school voldoende schoolwerk verrichten.
- Het bevoegd gezag moet de schorsing voor een periode van langer dan één dag schriftelijk melden aan de onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar van de gemeente.
- Na de schorsingsperiode vindt een gesprek plaats met ouders/verzorgers en moet een leerling weer in de groep worden toegelaten.
- Een schorsing kan meerdere keren bij eenzelfde leerling worden toegepast wanneer er sprake is van een nieuw incident.
Verwijdering
Soms is het voor een school onmogelijk om nog verder te gaan met een leerling. Dan is er de mogelijkheid om over te gaan tot verwijdering. Mogelijke aanleidingen om over te gaan tot verwijdering zijn:
- Meerdere malen van schorsing hebben onvoldoende effect.
- De veiligheid van medeleerlingen en/of medewerkers is ernstig in gevaar.
- Voor een betere toekomst van de leerling is het beter dat hij of zij op een andere school onderwijs vervolgt.
Wanneer een school overgaat tot verwijdering moeten de volgende stappen doorlopen worden:
- Overleg met de algemeen directeur van SIKO.
- Overleg met de inspecteur.
- Overleg met de ouders van de betrokken leerling (de ouders kunnen de inspecteur vragen om te bemiddelen).
- De betrokken groepsleerkracht wordt gehoord.
- Het bevoegd gezag heeft een inspanningsverplichting voor een periode van 8 weken om een andere school voor de leerling te vinden.
- Het besluit tot verwijdering wordt schriftelijk aan ouders medegedeeld.
- Ouders krijgen de gelegenheid tot het maken van bezwaar.
- Bevoegd gezag heeft vier weken de tijd om een uiteindelijke beslissing te nemen en hoort leerling en/of ouders gedurende die periode.
- In de periode van bezwaar kan een leerling de toegang tot de school ontzegd worden.
- De onderwijsinspectie en de leerplichtambtenaar ontvangen schriftelijk bericht over het uiteindelijk genomen besluit.
Bij het zoeken naar een passende oplossing voor een leerling is er de mogelijkheid om gebruik te maken van het samenwerkingsverband WSNS 3801 of het Steunpunt Onderwijs.